Van harde klei naar levend systeem

21 augustus 2025

De bodem zit vol waardevolle mineralen, maar niet alle voedingsstoffen zijn direct beschikbaar voor planten. Daar spelen schimmels een sleutelrol: zij zetten mineralen om in vormen die planten wél kunnen opnemen. Wanneer we de bodem voeden, en dus de schimmels, voeden we indirect ook de plant. Wie alleen (kunst)mest toevoegt, richt zich enkel op de plant zelf. Dat geeft een tijdelijke groeiboost, maar het bodemleven verarmt en de grond verdicht uiteindelijk.

De bodem als spons

Een gezonde bodem hoort juist te functioneren als een spons: losse lagen vol lucht en leven, gedragen door schimmels, bacteriën, wormen en insecten. In veel gevallen is de bodem echter verdicht geraakt en veranderd in een harde, ondoordringbare massa. Er leeft nog maar weinig, planten kunnen nauwelijks wortelen en water dringt niet meer door in de grond. 

Mulchen, het steeds opnieuw toevoegen van organisch materiaal, is een eenvoudige en doeltreffende manier om dat te herstellen. Elke laag voedt het bodemleven, waardoor de structuur weer luchtig wordt en planten op een natuurlijke manier toegang krijgen tot voeding. Het mooie is dat we op die manier niet hoeven te analyseren welke mineralen er ontbreken. De aarde is slim genoeg om, met de juiste input, zelf een compleet voedingspakket samen te stellen. “Understand the simplicity in life, but trust the complexity.” (Jos Willemsen)

Ingrijpen in de zomer

Snoeien in de zomer kan daarbij helpen. Wie wacht tot de herfst, ziet dat bladeren bijna alle voedingsstoffen al hebben afgestaan; in de winter is er bovendien nauwelijks vraag naar voeding. Snoeien in de zomer levert juist jong, vitaal groen op, rijk aan energie. Dat materiaal leggen we als mulch op de bodem en voedt de planten precies in hun groeiseizoen, wanneer ze de voedingsstoffen het hardst nodig hebben. Het bodemleven verwerkt dit aanbod en geeft planten zo een enorme groeikracht.

Op die manier bootsen we een oeroud systeem na. Vroeger zorgden grote grazers, zoals mammoetten, voor dit proces: zij aten jonge scheuten en takken en brachten via hun mest de voedingsstoffen naar de bodem. Nu deze dieren verdwenen zijn, kunnen wij door actief ingrijpen deze rol deels overnemen. Zo wordt de bodem weer een spons, en ontstaat er weer steeds meer natuur.